Zeven Seconden

Zeven Seconden


Column voor magazine VROUW

Deze week ging de film in première van Waris Dirie; strijdster tegen vrouwenbesnijdenis en schrijfster van Mijn Woestijn. Waris leefde met haar familie in Somalië, als nomaden rondtrekkend met kamelen en geiten. Toen ze dertien jaar was, vluchtte ze weg omdat ze uitgehuwelijkt zou worden aan een stokoude man. Dagen liep ze door de dorre woestijn, zonder water, voedsel of schoenen. Uiteindelijk liftte ze naar Mogadishu. Om vervolgens via een oom als dienstmeisje in Londen terecht te komen waar ze werd ontdekt als fotomodel. Tegenwoordig schrijft Waris en geeft ze lezingen. Omdat volgens de Verenigde Naties meer dan 150 miljoen meisjes en vrouwen het slachtoffer zijn geworden van besnijdenis. Dat cijfer betekent er elke zeven seconden bij een meisje op deze wereld, op vaak barbaarse wijze de clitoris wordt weggesneden. Soms in combinatie met de schaamlippen.

Toen ik Waris Dirie interviewde voor Vrouwenpower zat ze onderuitgezakt in haar stoel. Onopgemaakt en te mooi om waar te zijn. Een trotse blik die tegelijkertijd vermoeidheid verraadde. Ze zei: ‘Ik ben vermoeid. Ik voel het in mijn botten. Al die verhalen, ik kan het soms niet meer aan. Maar ik weet dat het de moeite waard is om te vechten. Die kleine meisjes met hun ijselijk gillen geven mij de kracht om door te gaan.’ Ze was even stil. ‘Het gaat me niet alleen om het feit dat het gebeurt, maar ook op welke wijze. De ingreep wordt niet gedaan door artsen in keurige klinieken. Het zijn oude vrouwen met te vaak gebruikte scheermesjes die kinderen zonder enige verdoving verminken, die kleine meisjes afschuwelijk laten lijden. Schaamlippen en de clitoris worden weggezaagd met botte mesjes. Het meisje wordt nog al te vaak dichtgemaakt met doornen die in het open vlees worden gestoken, vaak zo nauw dat ze nauwelijks meer kan plassen. Weet je dat het gegil zo doordringend is dat het voor anderen niet te verdragen is?’ In gedachten zag ik de kleine meisjes, doodsbang, schreeuwend en huilend van de pijn. Hun blik gericht op de vrouw die het dichtst bij hen staat, maar hen nu verraadt. Hun bloedeigen moeder die hetzelfde lot onderging. Wat er daarna volgt, is een leven van zwijgen. ‘Niemand mag iets horen over jouw pijn. Er sterven zusjes, vriendinnetjes, buurmeisjes na de ingrepen, maar zelfs dan houdt iedereen zijn mond. Je kunt het je niet voorstellen. Vrouwen praten continu met elkaar. Maar over hun grootste leed wordt gezwegen. Geen enkel meisje vertelt aan haar vriendin hoe ze heeft geleden. Geen zus bereidt je erop voor. Geen moeder die je kan redden. Geen oma die genade kent. En daarom, omdat niemand praat, doe ik het maar.’ Iedere keer als ze over besnijdenis spreekt, denkt ze aan haar eigen ervaring. Dan is ze weer vijf jaar oud en zit ze op een rots in haar geboorteland Somalië. Het is vroeg in de ochtend. Ze is bang. ‘Mijn moeder zit achter me, heeft haar benen om me heen geslagen en stopt een stuk van een afgebroken wortel in mijn mond om te voorkomen dat ik van de pijn mijn eigen tong afbijt. ‘Waris’, zegt ze, ‘je weet dat ik het niet kan tegenhouden. Ik ben hier helemaal alleen met jou. Wees dus moedig, lief kleintje. Wees dapper, ter wille van mij, dan is het snel voorbij.’ Het volgende moment ziet ze het gezicht van de oude vrouw, de strenge blik in haar levensloze ogen, de oude wollen tas, haar lange vingers waarmee ze het kapotte scheermesje uit haar tas haalt, het opgedroogde bloed op dat mesje. Waris wordt geblinddoekt. Dan hoort ze het geluid van het botte mesje dat heen en weer zaagt. Tenslotte valt ze flauw, de zelfbescherming van het lichaam bij hels lijden. Als ze weer bijkomt, wordt ze dichtgenaaid. ‘Ik word helemaal gek van de pijn. Ik heb maar een gedachte: ik wil dood.’ Volgens Dirie is angst de drijfveer. De diepgewortelde angst van mannen voor de vrouwelijke seksualiteit. Wat overgaat in de angst van moeders dat hun dochters geen geschikte huwelijkspartner zullen vinden als ze hen niet laten besnijden. ‘Mijn moeder deed het uit liefde. Ze geloofde dat ik als kamelenmeisje anders geen overlevingskansen had. Alleen als je bent besneden kun je trouwen, was haar overtuiging. En dat wordt nog altijd gedacht.’ We vroegen ons af: wat als moeders ophouden bang te zijn? Zouden angsten dan ongegrond blijken? Vrouwen van nu hebben een taak. We moeten onze kracht vinden. Voor onszelf. Onze kinderen. Andere vrouwen. En voor mannen.

Een rivier blijft alleen krachtig als de bedding stevig is. Als die wegvalt, wordt het water destructief. Vrouwen moeten zorgen voor die bedding. We zijn die bedding. Natuurlijk, we kunnen niet voor de hele wereld zorgen. Maar stel je voor, dat iedere vrouw, voor een andere vrouw zou zorgen, ergens op deze wereld.. Hoe mooi het leven dan al kan zijn. Binnen zeven seconden.


col1zcol2zcol3zcol4zcol5zcol6zcol7zcol8zcol9zcol10zcol11zcol12z