Burning Desire

Burning Desire


‘En John, hoe was jouw dag vandaag?’

Ik ben negen jaar. Als altijd krijgt mijn broer als eerste het woord aan tafel. Ik wip op mijn stoel. Ongedurig. Omdat ik mijn verhaal ook woorden wil geven.

‘We hebben vandaag geleerd over de Grieken.’ Hij kijkt mijn vader enthousiast aan. ‘Zij gingen ervan uit dat vrouwen niet menselijk waren. Ze stonden voor hen op hetzelfde niveau als varkens.’

‘Dat is helemaal niet waar’, zeg ik vurig.

‘Laat die jongen nu even zijn verhaal vertellen’, sust mijn moeder.

‘Ze kon nooit een burger worden terwijl slaven dat wel konden. Ze ging ook niet trouwen. Haar vader gaf haar gewoon door aan een andere voogd voor wie ze kinderen moest baren.’ Mijn vader valt hem bij: ‘In de Middeleeuwen beweerden geestelijken dat de vrouw geen ziel had.’ Mijn moeder schept nog wat groenten voor hem op.

Ik ben stilgevallen. Of het waar is wat ze beweren, weet ik niet. Al vrees ik voor het antwoord. Meisjes en vrouwen zijn heus ooit heilig geweest en aanbeden. Ze waren vast reizigers en handelaars. Hartstochtelijk en vrij. Dat wil ik zeggen. Zeker weet ik het niet. Dus zwijg ik.

De school voor de journalistiek in Utrecht lonkt. Gretig volg ik alle lessen. Dit is mijn portaal om straks vrouwen te interviewen en de wereld over de vliegen op zoek naar antwoorden over de heilige kracht van vrouwen. Ik honger naar hun woorden, visie, inspiratie.

In het eerste voorjaar heb ik een interview. Een fluweelzachte vrijdagavond speelt met mijn lange haar. ‘Mijn vader is er nog niet’, zegt de zoon als hij de deur opent. Hij schenkt een glas Appelsientje in. De klok tikt. Er verstrijkt een uur. Op het moment dat ik denk: dit klopt niet, zet de jonge orchideeënkweker een mes op mijn keel. Als ik ontsnap, komt hij me achterna. ‘Christine!’ Ik hoor hem mijn naam roepen terwijl zijn auto langzaam over het landweggetje rijdt. ‘Denk niet dat je kunt ontkomen.’ Ik hoor hem hijgen, terwijl ik in een greppel lig. ‘Trut.’ Mijn gezicht tegen het jonge, vochtige gras gedrukt. ‘Ik maak je af.’ Die nacht loop ik naar huis. Uren in het donker. Onderweg beslis ik dat hij mijn leven niet zal beheersen. Dat ik een ander verhaal ga leven.

‘Kijk eens wat er zojuist is gebracht’, zegt mijn moeder de dag erna. Op de schoorsteenmantel staat een witte orchidee. Met de kroon- en kelkbladen opengesperd. De naam is afgeleid van het Griekse orchis, wat teelbal betekent. Dat wil ik zeggen. Ik hou mijn mond. Ik ga de ziel niet uit dit mooie gezin jagen.

Nauwelijks van school spreek ik met de meest gelezen schrijfster van Afrika, Buchi Emecheta, met de wereldberoemde Egyptische feministe Nawel en Saadawi, met Palestijns politiek visionaire Nawal Ashrawi en de Somalische strijdster tegen vrouwenbesnijdenis, Waris Dirie. Zij zegt me: ‘Het ergste is dat je moet zwijgen. Niemand mag iets horen over jouw pijn. Vrouwen praten continu met elkaar. Maar over hun grootste leed wordt gezwegen. Niet een meisje vertelt het aan haar vriendin. Geen zus bereidt je erop voor. Geen moeder die je kan redden. Geen oma die genade kent. En daarom, omdat niemand praat, doe ik het.’

‘Waar ben jij in deze verhalen?’, vraagt uitgever Chris Herschdorfer op een dag. ‘Volgens mij moet je een boek schrijven.’ Vanaf dat moment sluit ik me op. Met een trillend been van ongeduld tik ik pagina na pagina. Alsof bezetenheid bezit van me heeft genomen. Mijn woordenstroom is niet te stoppen. Ik schrijf schaamteloos, naakt, ongecensureerd. Voor ik het goed en wel besef staat Wie ben ik in de top 10. Mijn verhaal is niet langer alleen van mij. Het is een nieuwe tijd, met nieuwe regels. Er wordt aan jou gevraagd: Wie ben je? Waar sta je voor?

Ook mijn vader leest mijn boek. Tot hij bij de scene van de orchideeënkweker komt. Hij kijkt me van opzij aan en legt Wie ben ik op de tafel. Hij zwijgt. En slaat het nooit meer open.

Mijn heilige missie blijf ik trouw. Ik ontdek dat in de tempel van Jeruzalem vier eeuwen een vrouw aanbeden, Asjera. Dat in Frankrijk meer dan tweeduizend cultusgrotten zijn ontdekt waarin de vrouw centraal stond. Dat Parijs is genoemd naar Isis. Dat in het Midden-Oosten vroeger de vrouw handel dreef en meerdere echtgenoten had. Dat de vrouw eeuwenlang is geëerd om haar kracht en aanbeden om haar zachtheid. En dat alleen vrouwen een orgaan hebben dat louter dient voor lust.

Dat had ik toen willen vertellen. Aan tafel. Als negenjarig meisje.

Het duurde een paar decennia voordat ik dat verhaal kon vertellen in Vrouwenpower. Het boek werd een bestseller en inspireerde tienduizenden vrouwen en mannen. Moeders en dochters. Vaders en zonen.

Ik schreef het om woorden te geven aan al die zwijgende stemmen aan tafel.

Ik weet dat ook jij een verhaal te vertellen hebt.

Dat mensen wachten op jouw visie. Jouw wijsheid.

Jij hebt zo vaak voorrang gegeven aan andere mensen en wensen.

Nu wachten er woorden op jou.

Wil je jouw verhaal schrijven? Ik help je graag als jouw mentor en motivator. Om de maker en muze in jou wakker te kussen. En wakker te houden.

Je kunt je inschrijven voor: Write on, 111 dagen schrijfadvies en motivatie in jouw postvak. Alles wat jij nodig hebt om jouw boek te schrijven. Van de eerste zin tot het Einde.

of

De write way, de besloten Facebookgroep met dagelijks schrijfadvies, wekelijks filmpjes, opdrachten, vragen en feedback. Tien weken lang. Start nieuwe groep: 4 september.